VincentHunink.nl

Home > ONDERZOEK > VERTALINGEN | EDITIES | PUBL.LIJST | PROJECTEN ||| BRONNEN | INDEX


Vincent Hunink  

 recensie van:

 Charles Hupperts, De macht van Eros. Lust, liefde en moraal in Athene; Plato, Symposium. Een analyse, (G.A. van Oorschot) Amsterdam 2002


 tekst gepubliceerd in: Streven 70, 2003, 268-270


PLATO EN DE GRIEKSE LIEFDE

Zoals bekend kende de Griekse klassieke oudheid haar eigen vormen van homo-erotiek. Vaak wordt hierbij in de eerste plaats gedacht aan speciale relaties van jonge mannen met jongens tot een jaar of achttien, soms met een, minstens openlijk beleden, opvoedkundig aspect. Dit model van de 'Griekse liefde' gaat vooral terug op de werken van Plato. Dat de erotische praktijk en fantasie bij de Grieken niet tot dit welomschreven model beperkt bleven, ligt uiteraard voor de hand. Bovendien laat het beschikbare bronnenmateriaal (literaire teksten en afbeeldingen op Griekse vazen) ook andere vormen van homo-erotiek zien. Het onderzoek naar de Griekse homo-erotiek heeft de laatste decennia al heel wat nuances in het beeld aangebracht.

Toch suggereert Charles Hupperts in een lijvige studie over Plato's Symposium dat er een 'wereldwijde consensus' is dat alleen die welomschreven, edele homo-erotiek bij de Grieken voorkwam. Zijn studie belooft op de achterflap hiervan 'geen spaan' heel te zullen laten. Alles moet anders, lijkt het.

Hupperts' boek valt in drie delen uiteen. Eerst geeft hij in een kleine 90 bladzijden een overzicht van homoseksualiteit in het klassieke Athene. Hierin gebruikt hij vooral het beeldmateriaal (de vazen) om te laten zien dat de Griekse praktijk rijker geschakeerd was dan men vaak aanneemt. Zo waren volgens Hupperts relaties tussen jongens of mannen van gelijke leeftijd wel degelijk mogelijk en konden mannen in Athene zelfs openlijk samenwonen. Deel twee bevat een vertaling van Plato's Symposium. Ruim 220 bladzijden analyse van die tekst vullen de rest van het boek. Plato's tekst beschrijft geen contemporaine werkelijkheid, zo blijkt al snel, maar een filosofisch ideaalbeeld van homo-erotiek.

Hupperts' boek biedt veel interessants, maar alledrie de onderdelen geven aanleiding tot kritische vragen en gerede twijfel, mede door de hoge claims die op tafel worden gelegd. Het meest problematisch is de algemene analyse in het eerste deel. Afgezien daarvan dat Hupperts de wetenschappelijke literatuur wel erg eenzijdig en polemisch behandelt, kan hij zijn eigen stellingen niet overtuigend onderbouwen. De suggestie van een bloeiend Atheens homo-leven (H. spreekt zelfs van 'cruise-plaatsen') is nog tot daaraan toe, maar voor de toch cruciale stelling dat contacten tussen volwassen mannen aanvaardbaar waren draagt H. een paar uiterst magere en discutabele flardjes tekst aan, naast nogal wat materiaal van de Griekse vazen.

Maar hoe weten we dat die vazen de Griekse werkelijkheid directer weergaven dan de literaire en filosofische teksten? Je zou best kunnen stellen dat de Griekse vaas-afbeeldingen als historische bron ongeveer even betrouwbaar zijn als moderne MTV-clips, reclamespotjes en filmtrailers. Wonderlijk genoeg bespreekt H. dit fundamentele punt nergens, en dat terwijl hij terecht wel kritisch kijkt naar de teksten. Hij neemt de vaasafbeeldingen dus eenvoudig als directe weerslag van een reŽle praktijk. De aldus snel bereikte conclusies worden vervolgens gebruikt als 'bewezen' uitgangspunten voor verdere stellingen. H.'s enthousiasme kan deze onvoldoende onderbouwing helaas niet geheel goedmaken.

Wat de vertaling van het Symposium betreft: er zijn tenminste drie Nederlandse vertalingen van die dialoog leverbaar in de boekwinkel. Wat is dan de zin van een nieuwe vertaling? Hupperts' Nederlands is niet zo soepel dat de vertaling zichzelf rechtvaardigt, en de auteur geeft geen duidelijke verantwoording voor zijn nieuwe vertaling. De lange analyse van de tekst, tenslotte, biedt veel parafrasen, schema's en filosofisch commentaar, maar de gemiddelde lezer zal er weinig fundamenteel nieuws in ontdekken: Plato bepleit al met al een verregaande sublimering van eros. Het opmerkelijkste is misschien dat de bekende Diotima-rede volgens H. ook enige kritiek op Socrates bevat: die zou nog niet ver genoeg zijn gegaan. Het is een aardige gedachte, maar wereldschokkend lijkt het niet.

Een afrondende synthese ontbreekt helaas, waardoor ook opvalt dat de drie delen geen volledig evenwichtig geheel vormen. De originele vorm van deze studie als breed opgezette dissertatie is hier misschien debet aan. Anders dan gesuggereerd, zal dit boek geen revolutionaire verandering aanbrengen in het beeld van de Griekse liefde. Wel draagt het bij aan de verdere relativering van Plato's dialogen als bron voor de praktijk van de Griekse eros. Het Symposium moet vooral als filosofische denkoefening worden gezien. Of we de erotische houding van Socrates ook moeten navolgen, zoals H. in zijn slotzin zegt, is trouwens een vraag waarop niet alle lezers meteen 'ja' zullen zeggen.

 


latest changes here: 30-07-2012 16:01


HOME VH / vincenthunink.nl

(c) 2014 V. Hunink

copyright statement  / contact