VincentHunink



HOME VERTALINGEN | ALLE PUBLICATIES | INDEX | CONTACT




 


AURELIUS AUGUSTINUS

GOED ONDERWIJS
CHRISTENDOM VOOR BEGINNERS

ingeleid, bezorgd en vertaald
door Vincent Hunink en Hans van Reisen

Damon, Budel 2008; 2e druk 2009; 3e druk 2011
4e gewijzigde druk (zonder Latijnse tekst) 2018

ISBN 978 90 6340 140 1; pb.,130 blz; EUR 18,90


Wat moet je beginners vertellen over de christelijke leer? Hoe houd je er zelf plezier in, ook al moet je iets voor de honderdste keer uitleggen? Kortom, hoe geef je goed en inspirerend onderwijs, zonder zelf gedemotiveerd te raken?

In zijn geschrift De Catechizandis Rudibus geeft Augustinus antwoorden op deze vragen. Hij schreef het boek op verzoek van een bekende uit Carthago, en het is direct gericht op de dagelijkse praktijk. Allereerst gaat Augustinus in op didactische punten. Hij benadrukt de manieren waarop de docent zijn eigen blijmoedigheid op peil kan houden. Vervolgens geeft hij een model-uiteenzetting van de christelijke leer en de hoofdpunten uit de Bijbel. Aan het slot volgt nog een tweede samenvatting hiervan in slechts enkele bladzijden.

Veel van wat Augustinus schrijft is relevant en ook in onze tijd toepasbaar voor iedereen die effectief onderwijs wil geven. In het huidige onderwijsdebat krijgt het zelfs een verrassend actuele betekenis. De wijsheid van de vroege Kerkvader kan ook voor moderne mensen een steun zijn. En de samenvattingen van de christelijke leer zijn minstens nuttig voor wie daarvan eigenlijk niet heel goed op de hoogte is.

De nieuwe vertaling door Vincent Hunink en Hans van Reisen is voorzien van een uitgebreide inleiding en is afgedrukt naast de originele, Latijnse tekst.

In de gewijzigde vierde druk van 2018 (als paperback) is de Latijnse brontekst niet meer opgenomen.

 



Vertalers


Hans van Reisen (l) en Vincent Hunink (r) 
op het Augustijns Instituut te Eindhoven (secretariaat), 11 september 2007

 



FRAGMENTEN UIT DE VERTALING

Fragment 1: "Hoofd- en bijzaken onderscheiden 
en altijd het hoofddoel voor ogen houden: de liefde"

Het verhaal is compleet wanneer het eerste godsdienstonderwijs voor elke kandidaat loopt vanaf de tekst In het begin schiep God de hemel en de aarde tot aan de huidige tijd van de Kerk. Maar daarom hoeven we nog niet de volledige Pentateuch,de volledige boeken van Rechters, Koningen en Ezra, het volledige evangelie en de Handelingen van de Apostelen uit het hoofd voor te dragen, als we die woord voor woord van buiten kennen, ofwel de hele inhoud van die boeken in onze eigen woorden na te vertellen en te verklaren. Daar is geen tijd voor en het is ook helemaal niet nodig.

Wat moeten we dan wel? Een korte, algemene samenvatting geven van alles, op zo'n manier dat we een selectie maken van bepaalde bijzonderheden die de luisteraar interesseren en die op beslissende momenten in de geschiedenis liggen. We moeten die zogezegd niet tonen als een handschrift in een foedraal en meteen weer aan het zicht onttrekken, maar er even bij blijven stilstaan. We moeten als het ware de inhoud eruit halen en uitspreiden en aan de toehoorders voorhouden om te bekijken en bewonderen. De rest kunnen we dan snel doorlopen en zo in het grotere geheel vervlechten.

Op die manier komen de punten die we het meest onder de aandacht willen brengen het best tot hun recht, doordat de rest op de achtergrond blijft. Dit voorkomt ook dat de luisteraar al vermoeid is als hij bij die punten aankomt, terwijl we hem met ons verhaal juist willen stimuleren, of dat zijn geheugen in de war raakt, terwijl hij van onze lessen juist iets moet opsteken.

In alle dingen moeten wij natuurlijk zelf het doel voor ogen houden van het gebod dat luidt: De liefde die voortkomt uit een rein hart, een zuiver geweten en een oprecht geloof.Al onze woorden moeten we daarop betrekken. Maar dat niet alleen, we moeten ook de blik van degene die iets van onze woorden opsteekt daarheen leiden, daarop richten. Alles wat we in de Heilige Schrift lezen van voor de komst van de Heer is namelijk maar voor één doel geschreven: als verwijzing naar zijn komst en als voorafbeelding van de toekomstige Kerk, dat wil zeggen het volk van God onder alle volkeren, zijn lichaam. Daarbij worden dan ook alle heiligen meegerekend die al voor zijn komst leefden in deze wereld. Zij geloofden evengoed dat Hij zou komen als wij dat Hij gekomen is!

(uit c.5 en 6)

 

Fragment 2: "Oorzaken van weerzin tegen lesgeven"

Ik heb maar één luide klacht van jou gehoord: wanneer jij iemand laat kennismaken met het christendom vind je je eigen betoog 'waardeloos en ondermaats'. Dat komt, weet ik, niet door gebrek aan stof (ik besef dat je op dit punt voldoende bent voorbereid en toegerust) of door gebrek aan taalvermogen, maar door een innerlijke weerzin. Misschien is dat vanwege de reden die ik noemde: we beleven meer genoegen en worden meer geboeid door wat we in stilte waarnemen in de geest, en daarvan willen we niet worden weggeroepen naar het geraas van woorden dat daarvan zo sterk verschilt.

Of misschien is het zo dat we het houden van een betoog wel aardig vinden, maar ook willen horen of lezen wat door anderen beter is uitgedrukt en wat zich aandient zonder onze inzet en zorg. Zoiets doen we dan liever dan improviserend woorden aanpassen aan andermans begripsvermogen met onzekere afloop: schieten ons wel de juiste woorden te binnen voor wat we bedoelen? En heeft ons gehoor er echt iets aan? Of misschien komt het doordat de lesstof voor beginners bij onszelf overbekend is. We hebben die niet meer nodig om zelf verder te komen, en daarom hebben we geen zin om er heel vaak bij terug te keren. Het is dan een platgetreden pad, een soort kinderspel. Onze geest, die al een tikje groter gegroeid is, heeft daar geen enkel plezier meer in.

Weerzin bij een spreker kan ook komen door een gehoor dat geen reactie geeft. Niet dat het ons past te vissen naar lof van mensen, maar wat wij overbrengen zijn dingen van God! Hoe meer genegenheid we voelen voor de mensen voor wie we spreken, des te vuriger willen we dat zij aanvaarden wat ze aangereikt krijgen voor hun heil! Lukt dat niet, dan stoort ons dat, dan gaan we midden in de race totaal onderuit, alsof al onze moeite voor niets is.

Soms gebeurt het ook dat we iets moeten afbreken wat we heel graag doen, een activiteit waar we genoegen in hebben of die ons belangrijker lijkt, en moeten we ineens aan iemand godsdienstonderwijs geven, in opdracht van een persoon die we niet voor het hoofd willen stoten of op onontkoombare aandrang van bepaalde mensen. Dan komen we gejaagd bij een taak waar grote kalmte voor nodig is, en vinden we het vervelend dat we onze activiteiten niet mogen uitvoeren in de volgorde die we willen en dat we niet alles goed kunnen doen. Ons betoog vloeit dan voort uit dat gevoel van teleurstelling en is niet zo aantrekkelijk. Vanuit die dorre neerslachtigheid kunnen onze woorden niet zo sprankelen.

Een enkele keer ook is ons hart bevangen door droefheid omdat we ons ergens aan hebben geërgerd, en krijgen we juist op zo'n moment te horen: 'Kom, praat eens met hem, hij wil christen worden!' Dat horen we dan van mensen die niet weten wat ons diep van binnen verteert. En als wij tegenover hen beter niet open kunnen zijn over ons gevoel, gaan wij met tegenzin in op hun verzoek. Zo'n betoog wordt dan alleszins slap en futloos, want het moet door de aders van een hart waar het kolkt en stoomt.

Tal van redenen! En welke het ook precies is die de wolken brengt aan de blauwe hemel in ons hart, we moeten er tegenmiddelen voor zoeken zoals God het wil, waardoor die benauwenis ontspant en wij in het vuur van de geest gaan jubelen en blijdschap putten uit de kalmte van het goede werk. Want God heeft lief wie blijmoedig geeft.

(uit c.14)

In het vervolg van de tekst biedt Augustinus voor elk van de genoemde mogelijke oorzaken van weerzin bij een leraar een passend tegenmiddel! Een voorbeeld daarvan volgt hieronder in fragment 3

Fragment 3: "Overbekende stof"

Maar het kan ook zijn dat we het vervelend vinden om vertrouwde stof, dingen voor kleine kinderen, telkens te herhalen. Laten we ons dan aanpassen aan hen met de liefde van een broeder, een vader, een moeder. En zijn we eenmaal verbonden met hun hart, dan lijkt die stof ook voor ons nieuw. Want groot is de kracht van het inlevingsvermogen: als het hun iets doet wanneer wij spreken en ons wanneer zij leren, dan wonen wij in elkaar. Wat zij horen, spreken ze zo in zekere zin uit in ons, en wij leren in hen op een bepaalde manier wat wij zelf doceren.

Gebeurt zoiets niet ook met ruime, fraaie plekken in een stad of op het land, die we al vaak gezien hebben en waar we zonder speciaal plezier aan voorbijgaan? Als we die tonen aan mensen die ze nog nooit hebben gezien, wordt door hun verrukking over het nieuwe onze verrukking hernieuwd! En dat is eens te meer zo naarmate zij meer onze vrienden zijn. Want hoe meer wij via de liefdesband in hen zijn, des te meer wordt ook voor ons alles wat oud was nieuw.

Maar als wij zelf enige vooruitgang hebben geboekt in meditatie, willen we niet dat degenen die we liefhebben blij en verbaasd zijn bij het bekijken van werk van mensenhand. Nee, dan willen we hen meevoeren naar het niveau van de vaardigheid en het ontwerp van de maker, en vandaar opklimmen tot bewondering en lof van God de Allesschepper, waar de liefde haar vruchtbaarste einddoel vindt. Des te meer moet het ons verrukken als mensen aanstalten maken om te leren over God, want alles wat te leren is moeten we leren omwille van Hem. En wij moeten onszelf dan hernieuwen in hun ervaring van nieuwheid. Als onze prediking lauwer is dan normaal, kan ze gaan gloeien door hun bijzondere manier van luisteren.

Voor het verkrijgen van blijdschap komt er nog een gedachte en overweging bij: uit wat voor dodelijke dwaling gaat de ander nu over tot leven! Straten die ons heel vertrouwd zijn lopen we welwillend en blijmoedig door wanneer we iemand de weg wijzen die is verdwaald en in de problemen zit. Dan moeten we toch veel energieker en enthousiaster wandelen door dat heilzame onderricht, zelfs bij onderdelen waar voor ons geen herhaling nodig is! Want een ziel die medelijden verdient, die afgepeigerd is door de dwalingen van deze wereld, die geleiden wij dan over de wegen van vrede, in opdracht van Hem die ons die vrede heeft gegeven!

(c.17)

 

Gepubliceerd fragment over 'Blijmoedig doceren' (in: Lampas 43, 2010, 420-428)

 



RECENSIES


'Goed onderwijs is een opmerkelijk boek in het oeuvre van Augustinus, maar ook in de geschiedenis van het kerkeijke onderricht: de catechese. In deze verhandeling - mooi vertaald en ingeleid door Vincent Hunink en Hans van Reisen - geeft Augustinus een praktische schets van de inhoud van het christelijk geloof. (...) Een boek dat catecheten en dominees nuttige bezinning biedt.'

T j e r k   d e   R e u s  in CV Koers (Opionieblad voor de christen vandaag), april 2008, p.49

---

kort signalement van het boek in: Schoolbestuur (magazine voor bestuurders, toezichthouders en managers in het katholiek onderwijs) 28, 2008, nr 2 maart 2008

--- 

'(...) De vertaling leest lekker, maar laat ook steken vallen. Als Augustinus op pagina 96 elegant de centrale gedachte verwoordt dat het liefdevolle afdalen van de leraar tot de leerling dwingt tot verinnerlijking en daarmee een sublieme parallel suggereert met de Incarnatie van de Logos, blijft er in de vertaling niets van die rijkdom over. Hier was toch wel wat meer van te maken geweest. Maar goed, het neemt niet weg dat we blij zijn dat deze mooie tekst weer in het Nederlands beschikbaar is gemaakt.'

H.R. in Katholiek Nieuwsblad van 18 april 2008, p.17

aantekening van Vincent Hunink: ik begrijp ook na drie keer herlezen van p.96 niet waar de recensent op doelt. Van de Logos is op die bladzijde geen sprake, ook niet in een toespeling. Wel is er sprake van 'intellectus', maar dat betreft niet de Logos, maar de verstandelijke talenten en verlangens van een concrete leraar die eigenlijk liever met hoge wetenschap bezig is dan dat hij elementaire dingen uitlegt.(vgl de aankondiging van dit punt op blz. 90-91).

---

'(...) bijzonder fraai uitgegeven boek. Dankzij een uitgebreide en goed gedocumenteerde inleiuding komen talloze interessante aspecten aan de orde (...) Een welkome aanvulling in het portret dat Damon aldus samenstelt van deze kleurrijke kerkvader. Van harte aanbevolen.'

L o u i s   N a b b e   in: De Roerom 22,8 (april 2008), p.21

---

Uitgebreide recensie door Dr. C h a r l e s   V e r g e e r  in Filosofie Magazine 18, 2008, 2, april/meri, p.58-59. De volledige tekst van de bespreking volgt hieronder. Ze is overgenomen met vriendelijke toestemming van de auteur.
 

" ‘Petisti me’, ‘Je hebt me gevraagd, broeder Deogratias, of ik je iets bruikbaars wilde schrijven over godsdienstonderwijs aan beginners.’ De steller van deze beginzin is stellig zelf geen beginneling. Augustinus is er een meester in, eenvoudige en direct aansprekende zinnen neer te schrijven die toch geraffineerd retorisch in elkaar steken. Het lijkt of hij zich richt tot de ons onbekende diaken Godzijdank, maar wij zijn het die hij op de korrel heeft. Deogratias immers wist wel dat hij dit gevraagd had, dat hij diaken in Carthago was en al de verdere bijzonderheden die in de inleiding staan, die alleen de dubbele bedoeling hebben onze belangstelling te wekken en het algemene belang te onderstrepen door het bijzondere eraan toe te voegen.

Het schrijven aan de diaken is de geschiedenis ingegaan als De catechizandis rudibus. Wat het omstreeks 400 in de volkswijken van Carthago voor uitwerking had, weten we niet, maar wel dat het in de westerse beschaving middels Cassiodorus, Isodorus, Beda, Alcuinus, Hrabanus Maurus, Erasmus, Luther, Franciscus Xaverius en Bartholomeüs de las Casas en anderen een immense invloed had.

De nieuwe en uitstekende vertaling – alweer mede van de hand van Vincent Hunink, die we nog maar net aantroffen bij de vroegste treurspelen te Rome en daarna in de pisbakken van Pompeii en bezig reclame voor wagenwielen te maken – draagt de actuele en wat modieuze titel Goed onderwijs. Al het eerste woord, ‘petisti me’, voert ons naar de moderne problematiek: vraaggericht heet dat nu. Iets leren begint met ernaar vragen. Het begrip competentie, dat als een paraplu boven kennis, vaardigheid en houding gehouden werd, een grote paraplu waarvan nog niet zo duidelijk is of ze ons uit de regen of uit de drup hield, maar wel dat eronder nogal wat kennis verloren ging. Competens was de naam voor de ‘medevrager’, degene die in de weg naar het geloof zodanige vorderingen had bereikt dat hij zich mocht scharen bij hen die om het doopsel vroegen.

Het geschrift richt zich tot de rudis, onbeschaafd nog maar met enige belangstelling voor het geloof. Wie na de eerste kennismaking bleef en zich liet onderrichten, werd catechumeen. Een oorspronkelijk Grieks woord, in het Latijn van de kerk overgenomen en de aanduiding van veruit de grootste groep kerkgangers. Pas na de lange leertijd mocht men vragen om mee te doen, de competens. Door het doopsel werd je dan opgenomen in de kerk als neophytus, ook een Grieks woord, ‘nieuwgeborene’. Pas dat gaf toegang tot de kleine groep van de betrouwbare gelovigen, zij die de titel fidelis mochten dragen.

Augustinus lezen, is altijd een groot genoegen. Ik kan me niet voorstellen dat zij die, ook al is het maar een beetje, Latijn beheersen, zich niet telkens laten verleiden om de linkerpagina’s te lezen waar in het Latijn zoveel beter en duidelijker staat wat in onze taal wat meer moeite moet doen om zich staande te houden. ‘Mijzelf bevalt mijn eigen betoog ook bijna nooit. Want ik heb mijn zinnen gezet op iets beters, waarvan ik vaak van binnen geniet voordat ik begonnen ben het in klinkende woorden uit te drukken; en wanneer me dat minder goed lukt dan ik dacht, stoort het me dat mijn tong geen recht kan doen aan mijn hart.’ – ‘contristor linguam meam cordi meo non potuisse suficere.’En dan een zin die zo bepalend is voor Augustinus en die zoveel hedendaagse vakwijsgeren boven hun bureau zouden mogen hangen: ‘Want bij alles wat ik begrijp, wil ik dat mijn toehoorder het ook begrijpt (…)’

De vertaling is, ik herhaal het, voortreffelijk, maar de hoge graad van ineen strengelen van eenvoud, directheid, effectiviteit en retorische gekunsteldheid moet ze missen. In de aangehaalde zinnen, uit caput 3, begint de eerste zin met het niet bevallen en eindigt de tweede met het tegengestelde ‘iets beters’ – waarmee de tegenstelling verzwakt wordt, die Augustinus laat botsen door ‘(…) displicet. Melior (…) meteen tegenover elkaar te plaatsen.
Behalve de taal is er inhoudelijk veel te genieten. Het lijkt allemaal zo bedrieglijk eenvoudig. De rudis moet zelfs eerst iets over de letters te weten komen. Maar dan volgt meteen de gedachte dat de sporen van ons inzicht niet in de tekens van de taal vast zitten. Latijn, Grieks of Hebreeuws, dat maakt niet uit maar iets als woede is door gelaatsuitdrukking en lichaamstaal voor iedereen meteen duidelijk. De kerkvader zou hiermee hoog scoren in allerlei moderne therapeutische groepen.

Augustinus is een meester in wat in het hedendaagse Hollandse kippenengels ‘oneliners’ heet. Telkens weet hij weer een betoog in één zin samen te vatten. Onderstrepen hoef je in zijn teksten niet, dat doet hij zelf wel. ‘Een zondig mens is altijd nog beter dan een dier.’ Daar kun je in een preek mee aankomen, ook op de werkdagen van de week zal dit op de markt en bij de haven aangehaald worden.

‘Want wat een mens ook doet, hij merkt dat God te prijzen valt in zijn daden.’ Een zin waarbij in onze taal niet duidelijk is naar wie het persoonlijk voornaamwoord verwijst. Dat is in het Latijn op slag duidelijk. (cap. 30) Als de mens rechtvaardig handelt, merkt hij dat God te prijzen is in zijn beloningen. En als de mens zondigt merkt hij dat God te prijzen valt in zijn rechtvaardige straffen en daarna, als de mens zich betert, in de vergeving van zijn wandaden. Een wonderlijk platoonse gedachte, hier afkomstig uit de psalmen (144, 3) en meteen filosofisch uitgebuit door er de beweegreden Gods uit te halen om mens en wereld te scheppen.
Een prachtige tekst en wie er geen tijd voor wil nemen, ook daar heeft Augustinus iets voor, tenslotte herhaalt hij in het kort wat hij te berde bracht: het christendom in een kwartier. "

---
 

'Wat in dit boek opnieuw opvalt, is Augustinus' warme interesse in mensen, en ook zijn vermogen om te nuanceren en zichzelf te relativeren. Zo weet hij alle gewichtigheid te vermijden en onderricht in het geloof uiterst eenvoudig te maken. Hij begint niet bij details, maar bij Gods liefde voor mensen. En opnieuw toont Augustinus zich een groot mensenkenner. Dit stelt hem in staat zwakten te analyseren bij zowel leraar als leerling. (...)
Toch is het boek troostrijk en bemoedigend, ook nu nog; zonder God is het leven vruchteloos en ten slotte vreugdenloos. (...)'

Drs. J. K l e i s e n   in NBD Biblion (Openbare bibliotheken) april 2008. Op grond van deze tekst hebben de openbare bibliotheken in Nederland in totaal 8 exemplaren besteld...

---

'Met deze publicatie is Augustinus de eerste lerarenopleider of in ieder geval de eerste die een boek schrijft voor leraren in opleiding. Het is een uniek geschrift (...) veel van wat A. heeft geschreven is nog steeds bruikbaar en relevant voor huidige leraren (in opleiding). In het huidige onderwijsdebat krijgt het zelfs een verrassend actuele betekenis. Bijzonder is dat naast alle vernieuwingen een aantal opvattingen en 'onderwijsheden' al zo oud zijn. Anders dan veel hedendaagse boeken over onderwijs is van dit boek ook de vormgeving prachtig: ook daarom een hebbeding.'

G.G. in VELON/VELOV, Tijdschrift voor lerarenopleiders 29,2, april 2008, 54-55

---

'(...) is het goed om in de leer te gaan bij Augustinus'

uit samenvattende bespreking door P i e t e r   d e  B o e r in De Oogst (maandblad tot heil des volks) 71, 2008, nr.837 (juni 2008), p.29.

---

'De vertaling (...) verdient overigens alle bewondering omdat het bepaald geen simpele klus was. Soms lijkt het erop dat in het Latijn van Augustinus' essay de stilistische en literaire bekommernis van de oud-professor in de retorica het heeft gewonnen van de pastorale bekommernis van de kerkvader om helder over te komen, al zal Deogratias, dank zij zijn eigen retorische vorming, met het Latijn van Augustinus minder moeite hebben gehad dan wij. In elk geval levert de vertaling een uitstekend leesbaar Nederlands op, terwijl het Latijn met grote precisie wordt weergegeven. Het kritisch toetsen van deze bewering wordt aanmerkelijk vergemakkelijkt doordat de Latijnse en de Nederlandse tekst naast elkaar staan afgedrukt.
Niet alleen de vertaling maar ook de uitstekende inleiding met ruime achtergrondinformatie en een goede bibliografie maken deze uitgave een felicitatie waard.'

H.J.  M u l d e r  in: Amphora, mededelingen van de vereniging Vrienden van het gymnasium voor gymnasiaal onderwijs in de ruimste zin, 37,3, juni 2008, 13-14

---

'(...) De nieuwe Nederlandse vertaling is vlot leesbaar en is van een prachtige inleiding voorzien. De gekozen Nederlandse titel Goed onderwijs is misschien ook daarom aardig, omdat het een mogelijk gebruik van het boek in het onderwijs suggereert. Het zou een mooi boek zijn om met beginnende docenten in het katholiek onderwijs te behandelen!  (...)'

D i e d e r i k   W i e n e n  in RK Kerk.nl boekenwijzer zomer 2008, 358-9 (uitvoerige bespreking)

---

'(...) verrassende actualiteit'

K. v a n  d e r    Z w a a g   in: Reformatorisch Dagblad 27 augustus 2008, p.14 (uitvoerige inhoudelijke beschrijving van deze en een andere vertaling van Augustinus)

---

'(...)  vooral de samenvatting van het christelijk geloof in een vogelvlucht door de bijbel (...) is fenomenaal

TK in Inspiratie Magazine 4, 2008, p.24

---

'Al met al is het een aardig boek dat een ver verleden dichterbij brengt. Het boek kan ook een praktische functie vervullen [sc. voor docenten en in de klas]'

T o n  R o u m e n  in: Narthex 8, 2009, augustus 2008, 64

---

'De lessen van Aurelius Augustinus zijn nog altijd actueel'
'(...) Het is prachtig dat uitgeverij Damon (...) steeds weer nieuwe en goede vertalingen van werken van Augustinus blijft uitbrengen. De uitgaven zijn zeer verzorgd en door deskundigen vervaardigd en ingeleid.
(...) Het is geen schande wanneer een beschaving zich haar eigen identiteit weer bewust wordt. Deze tekst van Augustinus is niet alleen een bron van troost en vreugde voor allen die wel eens een groep mensen moeten toespreken, maar biedt ook een van de beste ingangen tot die heilzame bewustwording.'

B a r t   J a n   S p r u y t  in HP De Tijd 5 september 2008, 58-59

---

'(...) Interessant dus ook voor hedendaagse onderwijzers'

Korte vermelding in: Vives, vakblad tbv ict-vernieuwingen binnen het onderwijs, 87, september 2008, p.23

---

Korte vermelding in: catalogus Carolushuis, verzendhuis van bisdom Roermond, uitgaven 2008-2009, p.12

---

'(...) fraai uitgevoerde publicatie (...) (Opnieuw) schitterend om te lezen.'

Korte signalering door  W. V e r b o o m   in: Theol.Ref. september 2008

---

Samenvatting en sympathiserende beschrijving door D i e d e r i  k   W i e n e n   in Augustijns Forum 7 (2008), 4/5,2-3. Vertalers niet genoemd, geen opmerkingen over de vertaling zelf.

---

'(...) Cathecheten en zij die zich bezig houden met cursussen 'Christelijk geloof' - en dat zijn er gelukkig velen in onze dagen - mogen de vertalers van "De Cathechizandis Rudibus" dankbaar zijn dat zij dit werk van de kerkvader uit de 5e eeuw voor de 21e eeuw toegankelijk hebben gemaakt. (...) Diverse doelgroepen kunnen dus hun winst doen met dit klassieke werk. Uitgeverij Damon, die de laatste jaren meer Augustiniana heeft uitgegeven, heeft ook deze uitgave tot een prettig leesbaar boek gemaakt.'

Ds J.  V o g e l  in: Ons Kerkbblad 19 december 2008

---

'(...) Leuk aan het boek is dat op de linkerbladzijde de Latijnse en op de rechterpagina de Nederlandse tekst is weergegeven. Zo kunt u tijdens het lezen onder andere uw Latijnse woordenschat vergroten. (...) Inderdaad, in het contact met onze seculiere medemens kunnen die zes pagina's heel zinvol zijn. Concreet: gebruik dit bijvoorbeeld om aan je medestudenten uit te leggen wat je gelooft. Een ieder die ooit inaanraking zal komen met het onderwijs en daarbij een visie behoeft, raad ik van harte aan om dit boek te lezen. En een ieder die lesgeeft (in wat voor context dan ook) zou dit boek gelezen moeten hebben voor bewustwording waar het bij onderwijzen werkelijk om draait. Eigenlijk zou het verplichte kost op christelijke lerarenopleidingen en pabo's moeten zijn!'

S i m o n e   K r o e s  in Documentum (tijdsch. van Depositum Custodi, Reformatorische Studentenvereniging, vgl. www.depositumcustodi.nl) (voorjaar 2009), p.55-56

---

Kort signalement door D. Q u a n t  in Ambtelijk Contact, juni 2009, p. 461

---

'(...) Goed onderwijs is een geschrift dat na 1600 jaar na de eerste verschijning zijn waarde heeft weten te behouden. Dat heeft ook te maken met de soepele en leesbare, maar nooit gemakszuchtige vertaling. Hierdoor is het verhaal nergens gedateerd of plechtstatig. Zodoende is het in deze seculiere maatschappij opnieuw een goede eerste kennismaking met de geschiedenis van het christendom en biedt het docenten nog steeds een belangrijk inzicht: als je de liefde voor je vak wilt delen, moet je open staan voor de motieven waarmee jouw leerlingen je lessen volgen.'

D a a n   S c h u i j t  in Kleio, tijdschrift van de vereniging van docentern in geschiedenis en staatsinrichtin g in Nederland, 50, 2009, nr.2, april 2009, 24-25. Besproken boek is dan 'Boek van de maand'

---

Beschouwing over het boek in: Gezinsgids, christelijk magazine voor het gezin, 16 otkober 2014, blz. 44-45 (n.a.v. verschijning van een ander boekje), in serie 'Oud Goud', onder de titel 'Liefde voor leerlingen geeft energie'

---

Recensie door L. Vogelaar in: Criterium, educatief blad voor school en gezin, 44, 2015, nr. 6 (december), p.25;

---

 



latest changes here: 17-7-2018

 


 

HOME VH / vincenthunink.nl

(c) 2018 V. Hunink

copyright statement  / contact