intro

schema

instructie

pensum

links

 

 

COLLEGE ROMEINSE HISTORIOGRAFIE


Caesar

Deze pagina gaat over het college Latijnse Letterkunde Ia: 'Latijnse letterkunde: Romeinse historiografie', zoals verzorgd aan de RU Nijmegen in periode 1 van het cursusjaar 2014-2015. Het vak is onderdeel van de cursus Latijnse Letterkunde 1. Zie de betreffende pagina van de studiegids GLTC

Het schema van de colleges spreekt voor zichzelf. Eventuele aanpassingen worden hier digitaal bijgehouden.De hier vermelde teksten zijn essentieel voor de hoorcolleges. Iedereen wordt dus dringend verzocht hiervan op tijd prints te maken en deze mee te nemen op de colleges. De docent heeft geen extra exemplaren op papier bij zich. LET OP: Zie ook onder het schema voor nadere bepalingen en regelingen!

Een overzicht van het pensum geeft de details van de voor tentamen te bestuderen teksten.

Voor aanvullingen, opmerkingen en meer kan iedereen mij aanspreken of e-mailen.



Schema / Teksten


Nr. Eerste uur: onderwerpen
1

4-9



Praktische inleiding op de cursus
/ Inleiding: begin van de Romeinse historiografie

TEKST: Vroegste specimina

Caesar Bellum Gallicum 1,1-11 (met name 1-3; 7 en 10)

 

2

11-9

 

Caesar (zie college 1) (besluit)

Tekstkritiek: handschriften, kritische apparaten

HULP: LIJST AFKORTINGEN 1 (uitgebreid)

HULP: LIJST AFKORTINGEN 2 (kort)

 

3

18-9

 

Sallustius Catilina 1-4
Sallustius Jugurtha 1-4

 

4

25-9

 

 

Livius, Praefatio
Livius, 21,1

 

5

2-10

 

Augustus, Res gestae, praef.; 1-4
Valerius Maximus 1, praefatio
Velleius Paterculus 2,89
(over Augustus) en 2,119 (over Varus-ramp)

 

6

9-10

 

Tacitus, Historiën 1,2
Tacitus, Annalen, 1,1
Tacitus, Annalen 1,60-61
(over Varus-ramp)
Tacitus Annalen 4,32-33

 

7

16-10

 

Cicero  De oratore, 2,62-64
Cicero, Epistulae ad Familiares 5,12 (ad Lucceium)

Service: NL vertaling van Fam. 5,12

 



 

Nadere instructie


BELANGRIJK: Van alle deelnemers wordt een voorbereiding en actieve deelname vereist. Dit wordt hieronder beschreven.


a. college: eerste uur

Het eerste uur wordt gewijd aan kernteksten uit het genre, met name programmatische teksten en, in mindere mate, typische passages.

De docent neemt hierbij het voortouw.

Deelnemers worden geacht de in het schema vermelde teksten zelf op te zoeken en mee te nemen in fysieke of digitale vorm. Dit geldt uiteraard voor bronteksten in het Latijn. Van elke brontekst in het Latijn moet tevens minimaal 1 vertaling in een moderne taal behalve het Nederlands (dus FR-DU-EN-IT etc.) worden opgezocht en in fysieke of digitale vorm worden meegenomen. NL vertalingen mogen natuurlijk ook worden gebruikt, maar alleen als extra naast vertalingen in andere moderne talen.

De opgegeven teksten moeten worden voorbereid op zo'n manier dat desgevraagd een mondelinge werkvertaling kan worden geleverd, en dat antwoorden op inhoudelijke vragen kunnen worden gegeven.

Schriftelijke vertalingen uitschrijven is uitdrukkelijk niet de bedoeling.

Een antwoord zoals: 'ik heb de teksten niet gelezen' c.q. 'niet kunnen bestuderen', geldt als 'onvoldoende voorbereid', en daarmee als een niet voldoen aan de aanwezigheidsplicht.


b. college: tweede uur

Het tweede uur wordt besteed aan presentaties. De presentaties worden per keer verzorgd door ca. 5 studenten, die de taken onderling verdelen.

De presentaties bestaan uit twee onderdelen:


A Tekstkritiek-onderdeel (max. 15 m.)

In dit deel van de presentatie belichten de deelnemers een stukje Latijnse tekst met speciale focus op tekstkritische elementen.

Opdracht:
1. selecteer een stuk Latijns historiografisch proza, dat iedereen geacht wordt te kennen. Aanbevolen is: de tekst die in het eerste uur van het college centraal staat.

2. neem hiervan een kritische editie (indien mogelijk OCT of Teubner). Kopieer de tekst mét kritisch apparaat voor alle deelnemers, op papier.

3. geef eerst een globaal overzicht (max. 5 min., liever minder) van de handschriftelijke traditie van de tekst in kwestie, liefst met 'stemma'. Je kunt hiervoor terecht in standaardwerken zoals

L.D. Reynolds, Texts and transmission: a survey of the Latin classics, Oxford 1983 (LEESPLANK UB)

Vaak geeft de kritische editie ook een stemma.

Kopieer indien mogelijk een stemma op papier voor alle deelnemers.

3. selecteer enkele plaatsen uit het apparaat die jullie op welke wijze dan ook interesseren, bv rare fouten, grote verschillen, controversiële kwesties
en bespreek die voor de groep. Lever daarbij steeds eerst een beschrijving van het probleem (dat mag in dialoog met deelenemrs aan het college!), een beschrijving van de varianten uit het kritisch apparaat, en eventueel een verdediging van de gekozen lezing van de kritische uitgave (OF een pleidooi voor een andere lezing, hetzij it het apparaat, hetzij een zelf bedachte conjectuur).

TIP: het kan ook boeiend zijn om twee kritische apparaten van dezelfde tekst uit verschillende edities naast elkaar te leggen, of om een kritische editie (OCT) te vergelijken met een leeseditie met beperkt apparaat (LOEB). Of om een teksteditie uit lang vervlogen tijden (17e/18e eeuw) te leggen naast een moderne kritische editie.

De bedoeling van dit onderdeel is NIET een wetenschappelijk compleet en verantwoord overzicht van de tekstkritische traditie. WEL: een laagdrempelige kennismaking met tekstkritiek in de praktijk.
Wees nieuwsgierig, laat je niet imponeren!


B Inhoudelijk onderdeel (max. 15 m. presentatie, exclusief discussie)

In dit onderdeel van de presentatie belichten de deelnemers een aspect uit de Romeinse historiografie.
Dit onderdeel is geheel vrij te kiezen.

Losse suggesties:
een onbekende auteur in het genre;
een Griekstalige auteur die over Rome schrijft;
een vergelijking tussen twee auteurs;
een vergelijking van één thema/onderwerp/historische gebeurtenis bij diverse auteurs;
een confrontatie van een auteur of tekst met modern historisch onderzoek;
een vergelijking met een auteur/tekst met een werk uit de Romeinse epiek of tragedie, receptie van een auteur of tekst in een latere periode,

Leuker en spannender:
gewaagde of controversiële interpretatie van een auteur/tekst met een moderne theorie ('Livius door feministische ogen' etc.);
herschrijving van een stuk antiek hist. proza (in vertaling) tot een (getrouw) filmscript of theatertekst, of tot een essay in de NRC of een moderne historiografische studie.

Wat je ook kiest: presenteer niet alleen het resultaat, maar ook de argumenten pro en contra, en de beslissingsmomenten die je in het werk tegenkwam. Zorg ervoor dat de deelnemers aan het college de mogelijkheid krijgen om mee te praten, vragen te stellen en (kritische) suggesties kunnen doen. Dus timmer de presentatie niet helemaal dicht!

Gebruik van secundaire literatuur: alleen items van ná 1990, tenzij je een duidelijke reden voor het gebruik ervan kunt aanvoeren.

Vraag bij twijfel gerust de docent om raad en advies!

De bedoeling van dit onderdeel is NIET een wetenschappelijk compleet en verantwoord overzicht van de historiografische traditie. WEL: een eigen en originele vraagstelling, die uiteindelijk (misschien met een omweg) iets verheldert van waar Romeinse historiografie in wezen over gaat.
Wees nieuwsgierig, laat je niet imponeren!

De groep is als geheel verantwoordelijk voor de hele presentatie. De onderlinge verdeling is vrij, maar moet uiteraard wel kunnen worden duidelijk gemaakt aan de docent. (Je kunt kiezen of alle deelnemers in beide onderdelen meedoen, of juist de onderdelen verdelen over twee deelgroepen, of twee mensen laten presenteren wat anderen hebben voorbereid etc. Alles is mogelijk, zolang iedereen maar een evenredige bijdrage levert).

Op college wordt overlegd of de presentatie door de docent met een cijfer wordt beoordeeld of niet. (Voorstel: geen cijfer, alleen een 'pass'/'fail'.)



c. college: derde uur

Het derde uur wordt besteed aan een tutorial voor een beperkte groep deelnemers, ongeveer vijf.
NB Dit zijn beslist NIET dezelfde deelnemers als de presentatoren van het desbetreffende tweede uur!!

In het tutorial komen in ieder geval twee zaken aan de orde:

1. twee elementen secundaire literatuur (van ná 1990) over Romeinse historiografische teksten. Hoofdstukken uit boeken van na 1990 zijn ook goed. Het is ook mogelijk om een stuk van een modern commentaar te nemen (als een van de twee elementen). Je moet in staat zijn kort de inhoud (of typerende elementen) weer te geven en daarop kritisch te reflecteren.
2. een of twee korte stukjes Latijnse tekst, bij voorkeur uit het pensum. Reden van keuze is vrij: bv. een mooie passage of juist een gruwelijke; een die veel vragen oproept, of een waar de auteur zich opvallend makkelijk ervan afmaakt. Etc. Kies iets waarover je iets kunt zeggen en een mening hebt.

De stof wordt niet verdeeld, alle deelnemers bereiden de door hen samen gekozen onderdelen zo voor dat er een groepsgesprek over kan plaatsvinden met de docent.

De bedoeling van dit onderdeel is NIET een wetenschappelijk compleet en verantwoord overzicht van de historiografische traditie. WEL: een eigen, kritische kijk op stukjes primaire en secundaire literatuur.
Wees nieuwsgierig, laat je niet imponeren!

Op college wordt overlegd of het tutorial door de docent met een cijfer wordt beoordeeld of niet. (Voorstel: geen cijfer, alleen een 'pass'/'fail'.)
 


 




 

 




 

Studielast en tentamen



STUDIELAST  (2 1/2 stp = 70 sbu)

A Colleges: 7 maal 3 uur, plus per college-uur 1 uur voorbereiding (21x2= 42 sbu).

        Dit is inclusief:

  • 1) voorbereiding van te bespreken passages (allen, iedere keer);
  • 2) presentatie (ieder eenmalig een 2e uur, op intekening);
  • 3) tutorial (ieder eenmalig een 3e uur, op intekening).

B Zelfstudie (28 sbu)

        B1 Latijns pensum (26 sbu = 26p OCT): kies één van de volgende mogelijkheden:
  • keuze 1: Livius 1, 1-20
  • keuze 2: Livius 21, 1-23
  • keuze 3: Sallustius, De coni. Catilinae 1-42 (tekst loopt door tot en met  61)
  • keuze 4: Tacitus, Germania, geheel; plus Agricola 1-4
  • keuze 5: Tacitus, Agricola 1-39 (tekst loopt door tot en met 46)
  • keuze 6: Velleius Paterculus 2,94-slot
  • keuze 7: vrij te kiezen tekst (op aanvraag vooraf, in overleg met de docent)

        B2 Te bestuderen handboekliteratuur (2 sbu)

        Michael von Albrecht, Geschichte der römischen Literatur München: DTV, 1994 (of latere drukken).
        Hieruit lezen: Caesar, Sallustius, Livius en Tacitus: =p.326-370; 659-86; 869-909.
           
    Je mag ook de overeenkomstige passages gebruiken uit de Engelse editie
                (Michael von Albrecht, A history of Roman literature: from Livius Andronicus to Boethius, Leiden [etc.] : Brill, 1997).

 



TENTAMEN

De stof voor het schriftelijk tentamen na periode 1 bestaat uit:

A Collegestof

        Dit is inclusief:
  • 1) alle door de docent behandelde teksten en algemene zaken (eerste uur).
    NB Teksten kunnen op tentamen worden gevraagd zoals ze op college zijn behandeld. Dwz: gezamenlijk vertaalde teksten kunnen ter vertaling worden voorgelegd voor zover ze feitelijk zijn vertaald. Globaal behandelde teksten worden niet ter vertaling voorgelegd maar kunnen wel worden gebruikt in andere opdrachten, in lijn met wat op college is gebeurd;
  • 2) de hoofdzaken van wat door studenten in het tweede uur is gepresenteerd en gezamenlijk is besproken

       Tot het tentamen worden deelnemers toegelaten die voldoen aan alle volgende voorwaarden:
  • 1) zij hebben colleges voorbereid en gevolgd conform de regeling van 'aanwezigheidsverplichting' (en/of een eventuele vervangende opdracht)
  • 2) zij hebben een presentatie gehouden met voldoende resultaat (eenmalig een 2e uur);
  • 3) zij hebben een tutorial gevolgd met voldoende resultaat (eenmalig een 3e uur.

B Zelfstudie (28 sbu)

        B1 Latijns pensum van eigen keuze  Bij keuze 1 t/m 6 hoeft de keuze NIET tevoren aan de docent te worden gemeld.

        B2 Handboekliteratuur



Extra informatie: het tentamen bevat in ieder geval:
  • een in acceptabel NL proza te vertalen passage uit de collegestof;
  • een in acceptabel NL proza te vertalen passage uit het eigen pensum;
  • een serie korte kennisvragen n.a.v. collegestof en handboek ('wie is... wat zijn...?');
  • een of meerdere analytische vragen (bv 'Plaats de volgende Latijnse tekstpassage in de traditie van het genre. Wijs kenmerken aan.'  Of: 'verdedig of bestrijd de volgende stelling: (...)'.
  • Verder bevat het tentamen doorgaans, in enigerlei vorm, een creatieve verwerkingsvraag (bv 'herschrijf het volgende stukje NL tekst tot een NL tekst in de stijl van Livius/Tacitus').

Het tentamencijfer voor het BA vak Latijnse letterkunde 1 wordt voor 50% bepaald door dit deeltentamen (Latijnse letterkunde 1a), voor 50% door het deeltentamen voor Latijnse letterkunde 1b (na periode 2). Voor beide onderdelen moet een voldoende (minimaal 5,5) worden behaald.




Livius

 



Links

Problemen met de Romeinse kalender? Je bent niet de enige... Voor een tamelijk compleet overzicht, inclusief omrekeningen naar moderne datum-equivalenten kun je terecht op de site van Paul Lewis. De site bevat een handige complete lijst van dagen met zowel moderne als Romeinse aanduidingen.

Latijnse plaatsnamen onduidelijk? Ga naar Orbis Latinus en je problemen zullen snel oplosbaar blijken.

Afkortingen  in Latijnse inscripties

 


latest changes here: 19-12-2011 14:58


Radboud Universiteit

Faculteit Letteren

GLTC

studiegids GLTC 2014-15 

 

 

 

HOME VH / vincenthunink.nl

(c) 2014 V. Hunink

copyright statement  / contact