VincentHunink.nl

Home > ONDERWIJS > COLLEGES | LEZINGEN | ORGANISATIE | AGENDA



algemene info (incl. tentamen)

studielast

minimumeis

schema colleges

presentaties

papers

contact


MASTERCOLLEGE LATIJN
VERGILIUS' BUCOLICA


 

 

Op deze pagina vindt u aanvullend materiaal bij het BA-Werkcollege Latijnse Taal- en Letterkunde (BA minor, KL4007; 5 stp; periode 1 en 2) & MA Specialisatiecollege Latijnse Taal- en Letterkunde (MA; KL05002; 10 stp; periode 1 en 2) over Vergilius, Bucolica (Eclogae), in het academisch jaar 2011-2012. Hieronder worden de onderdelen op deze pagina kort beschreven.

 


ALGEMENE INFORMATIE

 

      docent: dr. Vincent Hunink (gastcollege door dr. Floris Overduin)

      colleges: dinsdagmiddag 1545-1730; lokaal E. 3.14

      tentamen: BA-studenten: schriftelijk tentamen voor 5 stp na afloop van periode 2. Daarnaast zal 20% van de beoordeling worden bepaald door de houding en deelname in de colleges.

MA-studenten: schriftelijk tentamen voor 5 stp na afloop van periode 2. De MA-studenten houden bovendien een referaat en schrijven een werkstuk, beide in de loop van periode 2, tezamen voor nog eens 5 stp. schriftelijk tentamen voor 5 stp na afloop van periode 2. Van de twee uitslagen wordt een gemiddelde vastgesteld. Ten slotte zal 20% van de eindbeoordeling worden bepaald door de houding en deelname in de colleges.

      deelname aan de colleges is verplicht, volgens de gebruikelijk afspraken in de opleidingen GLTC (BA) c.q. Oudheidkunde (MA) (80% regeling)

 

      in de colleges worden de 10 teksten in de bundel Bucolica van Vergilius alle gelezen en besproken. Daarnaast worden losse passages behandeld (teksten komen bijtijds beschikbaar op Blackboard). Latijnse tekst: zelf te kiezen en aan te schaffen. Aanbevolen: editie met commentaar van Clausen (zie onder). Alle moderne tweetalige uitgaven zijn ook goed. Tentamenvragen zijn op basis van de OCT.

      in totaal wordt ca. 500 p. secundaire literatuur gelezen en besproken, rondom een wekelijks wisselend onderwerp.

      de MA-studenten houden in periode 2, in combinaties van twee, een voordracht rondom een groter thema dat in relatie staat tot Vergilius' Bucolica of 'bucolische literatuur' in het algemeen (te denken is aan specifieke onderwerpen binnen het Vergilius-onderzoek; latere bucolische poŽzie, bv. Calpurnius Siculus; Griekse bucolische poŽzie voor zover niet reeds behandeld op de colleges in per.1, of bucolisch proza ŗ la Longos; NB eventuele Griekse thema's moeten steeds duidelijk worden gekoppeld aan de Latijnse traditie!).

Voor deze presentaties schrijven studenten zich in op een intekenlijst die de docent in periode 1 op college meeneemt.

Van BA-studenten wordt geen presentatie verwacht, wel een actieve deelname aan en voorbereiding op de colleges.

-> Zie voorts nadere informatie over presentaties

      Daarnaast schrijft elke MA-student individueel een werkstuk van ca. 5000 woorden over een kleiner thema. Het onderwerp mag voortkomen uit of voortwerken op het thema van de presentatie. In dat geval moet de stof binnen de groep presentatoren duidelijk worden afgebakend, zodat de werkstukken elkaar niet onnodig overlappen.

MA-studenten laten het onderwerp van hun werkstuk goedkeuren door de docent, uiterlijk op het laatste college van periode 1.

-> Zie voorts nadere informatie over papers


 

STUDIELAST

 

BA (5 stp. = 140 u.) 

colleges incl. voorbereiding (incl. sec.lit.)             70 u.

(NB =drie uur voorbereiding per twee uur college!)

     pensum Vergilius Bucolica (40 p. OCT)                   40 u.

     zelf te kiezen pensum Latijnse poŽzie (15 p. OCT) 25 u.

     handboekstof (v Albrecht)                                      5 u.            
totaal                                                                  140 u.

 

MA (10 stp.= 280 u.) 

     colleges incl. voorbereiding (incl. sec.lit.)             70 u

     pensum Vergilius Bucolica (40 p. OCT)                   40 u.

     zelf te kiezen pensum Latijnse poŽzie (50 p. OCT) 70 u.

     voorbereiden referaat                                          45 u.

     schrijven paper                                                    50 u.

     handboekstof (v Albrecht)                                     5 u.            
totaal                                                                  280 u.

 



 

VOORBEREIDING: MINIMUM-EIS


Bij elk college wordt nauwkeurig aangegeven wat moet worden voorbereid. Het gaat daarbij steeds om een gedeelte Latijnse bronteksten (Vergilius Bucolica, = tevens pensum) en secundaire literatuur (twee of drie artikelen).

vanwege het werkcollege-karakter en om een vruchtbare gedachtewisseling mogelijk te maken zal een minimum-eis worden gehanteerd. Van alle deelnemers wordt minimaal het volgende gevraagd: 

     1.Latijnse tekst gelezen hebben (in geval van twee Bucolica-teksten geldt deze eis voor ťťn van beide) (dus in de praktijk =75 ŗ 100 regels). Studenten kunnen desgevraagd passages in het Latijn voorlezen (metrisch) en ook de inhoud van passages weergeven. Uiteraard mag dit met behulp van een (liefst niet-Nederlandse) vertaling. 

     2. ťťn artikel of hoofdstuk sec.lit. bekeken hebben, zodanig dat men erover kan meepraten.

Wie aan deze minimum-eisen niet voldoet, om welke reden dan ook, heeft geen toegang tot het college. (Bij aanwezigheid zal worden aangetekend dat het betreffende college geldt als 'niet gevolgd')

 
NB1 Deze maatregel is bedoeld als heldere afspraak van tevoren, om het niveau van het college op peil te houden.

NB2 De maatregel is evenmin bedoeld om de normale voorbereiding te ondergraven of als 'overdreven' te laten gelden. De normale regel is en blijft: voorbereiding van het gevraagde.

 



SCHEMA COLLEGES

 

===

P=primaire literatuur (Latijn)

S=secundaire literatuur

Clausen=  Virgil's Eclogues, with an introduction and commentary by Wendell Clausen, (Oxford University Press) Oxford 1994 (repr. 2003)

Gifford = Terry Gifford, Pastoral, (Routledge) London 1999 (repr. 2010)

Volk = Katharina Volk (ed.), Vergil's Eclogues, Oxford Readings in Classical Studies, (Oxford University Press) Oxford 2008

NB Primaire literatuur: door studenten zelf aan te schaffen c.q. te kopiŽren. Gebruik hiervoor boeken, dus in principe geen teksten van Internet.

===

 

Periode 1

 

1. wk 35, 30 augustus 2011

Inleiding

dit college; Latijnse hexametrische poŽzie; bucoliek; Vergilius; Vergilius Bucolica; Buc. 1

voorbereiding:

P:Buc.1 (83 r.) (NB =inclusief metrisch lezen Latijn!)

 

 

2. wk 36, 6 september

Griekse liefde: Bucolica 2

voorbereiding:

P: Buc. 2 (70 r.)

S: Gifford H1; Volk H1 (Volk)

 

3. wk 37, 13 september

Beurtzang: Bucolica 3

voorbereiding:

P: Buc. 3 (111 r.)

S: Gifford H2; Volk H2 (Schmidt); Volk H7 (Henderson)

 

4. wk 38, 20 september

Grootse visioenen? Bucolica 4

voorbereiding:

P: Buc. 4 (63 r.)

S: Volk H8 (Nisbet); Volk H3 (Nisbet); Volk 4 (Rumpf)

 

 

5. wk 39, 27 september

Terug in de Literatuur: Dafnis en Silenus, Bucolica 5 en 6

voorbereiding:

P: Buc. 5 (90 r.), Buc. 6 (86 r.)

S: Volk 9 (Ross jr);

G. Lee, 'A reading of Virgil's Fifth Eclogue', PCPS 203 NS 23, 1977, 62-70 (500 kB)

Z. Stewart, 'The song of Silenus', HSCP 64, 1959, 179-205 (2 MB)

 

 

6. wk 40, 4 oktober

Nog twee beurtzangen: Bucolica 7 en 8

voorbereiding:

P: Buc. 7 (70 r.); Buc. 8 (109 r.)

S: Th.D. Papanghelis, 'Winning on Points: About the Singing-Match in Virgilís Seventh Eclogue', in: C. Deroux (ed.), Studies in Latin Literature and Roman History VIII, Bruxelles 1997 (Coll. Latomus 239), 144-157; (1,6 MB)

Klaus Sallmann, 'Poesie und Magie: Vergils 8. Ekloge', ZAnt 45 (1995), 287-302; (877 kB)

Klaus Sallmann, 'Wer singt Damons Lied? Noch einmal zu Vergils 8. Ekloge', in: A.E. Radke, (ed.): Candide iudex. Beitršge zur augusteischen Dichtung. Festschrift fŁr Walter Wimmel zum 75. Geburtstag, Stuttgart 1998, 275-281. (1,2 MB)

 

 

7. wk 41, 11 oktober

Politiek, PoŽzie en Liefde: Bucolica 9 en 10

voorbereiding:

P: Buc. 9 (67 r.); Buc. 10 (77 r.)

S: Volk 10 (Conte);

J. Henderson, 'Virgil, Eclogue 9: Valleydiction', PVS 23 (1998), 149-176;

A. Ńlvarez HernŠndez, 'Los amores de Galo en la Arcadia de Virgilio', AFC 12 (1991), 5-22;

A. Ńlvarez HernŠndez, 'Virgilio e Gallo nellíultima ecloga del libro bucolico', AFLB 35/36, (1992-3), 169-199.

 

 <studiereces>

 

Periode 2

 
 

8. wk 44, 2 november

Vergilius en de Griekse bucoliek

Gastcollege door dr. Floris Overduin

voorbereiding: <volgt>

P: Buc.

 

9. wk 45, 9 november

Presentaties 1

voorbereiding:

P: <volgt>

S: <volgt>

 

 

10. wk 46, 16 november

Presentaties 2

voorbereiding:

P: <volgt>

S: <volgt>

 

 

11. wk 47, 23 november

Presentaties 3

voorbereiding:

P: <volgt>

S: <volgt>

 

 

12. wk 48, 30 november

Presentaties 4

voorbereiding:

P: <volgt>

S: <volgt>

 

 

13. wk 49, 7 december

Presentaties 5

voorbereiding:

P: <volgt>

S: <volgt>

 

 

14. wk 50, 14 december

Slotbespreking

Uitloop en algehele afronding

voorbereiding:

P: Buc. 1 t/m 10



NADERE INFO over presentaties

De indeling van referaten is in principe vrij, maar moet een aantal onderdelen bevatten.

1. In ieder geval dienen presentatoren hun thema af te bakenen en nader te bespreken,  

2. onder directe verwijzing naar en op basis van primaire teksten (La/Gr). Waar mogelijk worden passages op college gelezen en besproken. De betreffende teksten worden uiterlijk een week van tevoren voor alle deelnemers bekend gemaakt en liefst digitaal ter beschikking gesteld. Alle deelnemers lezen de teksten (maximaal 100 regels Latijn) voorafgaand aan het college. Metrische analyse mag deel uitmaken van de presentatie maar is niet verplicht; wel moeten teksten deels hardop (dus: metrisch) worden gelezen. 

3. Verder wordt plaats ingeruimd voor secundaire literatuur. Hierin komen enkele (veelal: twee of drie) voor het thema relevante moderne artikelen aan de orde. Deze artikelen worden gezocht via de gebruikelijke bibliografische middelen (APh, Tocs-In, Gnomon online etc). De artikelen worden uiterlijk 1 week van te voren bekend gemaakt (en bij voorkeur: digitaal ter beschikking gesteld) voor alle deelnemers. Alle deelnemers lezen de artikelen voorafgaand aan het college.

Tijdens het referaat blijkt een duidelijke motivering van de keuze voor de te bespreken titels. Referaat-gevers kunnen zelf een beknopte samenvatting van de argumentatie geven (dus geen volledige parafrase!) en een conclusie en eigen stellingname t.o.v. de behandelde kwesties en/of theorieŽn. Zij kunnen er ook voor kiezen de inhoud te laten bespreken door deelnemers aan het college.

Als vuistregel geldt: kies artikelen van relatief recente datum (niet vůůr 1970) met bij voorkeur tegengestelde of onderling sterk verschillende invalshoeken, en houd het kort. 

4. De besproken primaire en secundaire stof moet in een breder verband worden gebracht. Te denken is hier aan de eerder op college behandelde stof, algemene theorieŽn over de oudheid en/of receptiegeschiedenis.

Verwacht wordt dat presentatoren een duidelijke 'voorzet' geven, die zich leent voor verdere discussie door de deelnemers. 

5. De bespreking mondt uit, liefst zo vroeg mogelijk, in een discussie. Zorg ervoor dat het om vragen of stellingen gaat die uitnodigen tot een constructief debat (dus geen vage vragen 'de zaal ingooien'), en behoud de leiding van het gesprek. 

Let op: zorg ervoor dat de beschikbare tijd niet nodeloos wordt besteed. Dus zo min mogelijk informatie die algemeen bekend is, zeker niet bij zaken die door iedereen verplicht worden gelezen. Geef in die gevallen dus zeker geen handboek-overzichten van 'leven en werk', samenvattingen van de plot e.d. maar ga een gerichte stap verder.

Maak alleen gebruik van PowerPoint wanneer dat werkelijk nuttig is en aantoonbaar iets toevoegt, bv. voor afbeeldingen of muziek (zorg in dat geval zelf op tijd voor apparatuur!). Puntsgewijze samenvattingen e.d. kunnen beter worden verstrekt op een papieren hand-out.

 


 

 

NADERE INFO over werkstukken

Het paper omvat  minimaal 5 en maximaal 10 pagina's netto zelfgeschreven tekst in normale A4 opmaak (NB dus minus illustraties, citaten, titelblad, inhoud en bibliografie). Als algemeen format kan gelden: een wetenschappelijk paper in het Nederlands. Het is dus een uitgeschreven tekst, in een zakelijk-wetenschappelijke stijl zoals in scripties en voorzien van referenties (noten, bibliografie). In overleg kan eventueel een meer essay-achtige vorm worden gekozen, maar ook dan is wetenschappelijke onderbouwing een must.

Het paper bevat in ieder geval een inleiding, met daarin een probleemstelling en een korte eigen reflectie op de relevantie tot behandeling ervan, alsmede een vooruitblik op de rest van het paper. 

De centrale passages maken gebruik van enkele titels (minimaal drie) zelf te kiezen secundaire literatuur. In ieder geval wordt altijd de link gelegd met de Bucolica van Vergilius. Het paper biedt een analyse aan de hand van een zelf te kiezen vakspecifieke theorie of invalshoek en probeert uiteindelijk een bescheiden eigen bijdrage te leveren aan het debat.

Het paper heeft een structuur en opbouw die kan zijn geŽnt op de in de colleges gehanteerde werkvormen van de presentaties. Het door een student mondeling gepresenteerde onderdeel mag de basis zijn van het paper. Uiteraard mag een paper ook geheel los staan van de eerdere presentatie. 

Research-masterstudenten: REMA studenten wordt met klem aangeraden om het paper te schrijven in het Engels. Bovendien wordt van hen een extra inspanning verwacht t.a.v. de werkstukken, zowel ten aanzien van de kwaliteit als de omvang. 

Beoordeling paper: indien het paper wordt ingeleverd voor 1-2-2012 wordt e.e.a. besproken met de student en krijgt hij of zij de gelegenheid om een tweede versie in te leveren, die vervolgens beoordeeld wordt. Papers die nŠ 1-2-2012 worden ingeleverd worden direct door de docent beoordeeld. Uiterste termijn voor inlevering: 1-7-2012 (deze datum kan niet verder naar achter worden geschoven).

 



Contact

 

dr. Vincent Hunink

 

 


latest changes here: 19-12-2011 14:58


Radboud Universiteit

GLTC

contact

Studiegids GLTC 2011-2012

 

HOME VH / vincenthunink.nl

(c) 2014 V. Hunink

copyright statement  / contact